Werkdruk en MBO Corona onderwijs

Het lijkt vanzelfsprekend dat we ook in het MBO onderwijs nu na een half jaar Corona onderwijs te maken krijgen met toenemende werkdruk problemen en met toegenomen kritiek van jongeren, beide ook herkenbaar in het HBO, maar is dat eigenlijk wel zo vanzelfsprekend? En doen we de goede dingen als we steeds meer gaan trainen op online onderwijs vaardigheden? Misschien wel niet. Hieronder een alternatieve kijk, al was het maar omdat een goede dialoog dillema’s en afwegingen nodig heeft.

Inleiding

De vraag die ik hieronder wil oproepen is of we die werkdruk ook niet een beetje aan onszelf te wijten hebben doordat we vooral kiezen om het onderwijsaanbod, de organisatie en visie van februari 2020 zoveel mogelijk in stand te houden. In deze bijdrage wordt betoogd dat de toenemende werkdruk mogelijk is te verklaren door teveel niet de goede dingen te doen.

Door ons teveel op online contacten te richten in onze onderwijsvormgeving, een bekende valkuil bij het ontwerpen van blended onderwijs (zie dit onderzoek), verstoren we de draagkracht/draaglast balans. Aan de draaglast kant hebben we vaak extra hoeveelheid onderwijscontacten voor docenten, extra hoeveelheid individuele zelfstudietijd voor studenten, extra mentale belasting tijdens online activiteiten en extra belasting bij afstemming in de thuissituatie. Aan de draagkracht kant, waarop bv. de Arbo juist adviseert in te zetten, lijken de problemen van de huidige onderwijsaanpak nog groter. Onze pedagogische prioriteiten, persoonlijke waarden en drijfveren om in het onderwijs te werken zijn in het geding. Mindere kwaliteit van contact en onderwijs gedurende online activiteiten met grote groepen (klassen), meer individueel bureauwerk, de frustratie m.b.t. afwezigen of individueel opgegeven maar niet gemaakt huiswerk, een gebrek aan collegiaal contact om de tijd te hebben om goed na te denken over de stress bij onderwijsgevenden en studenten, zijn daar voorbeelden van.

Deze stress is eigenlijk niet vreemd als we kijken naar hoe je eigenlijk onderwijs zou willen ontwerpen dat geheel of gedeeltelijk online wordt gegeven. Je zou dan eigenlijk van scratch moeten beginnen, en de leertaken centraal zetten in plaats van het onderwijs en de begeleiding. Aanpakken en tips genoeg (luister vooral deze podcast), maar allen lijken wel zeer tijdrovend en tijd dat is nou net wat we niet hebben. Bovendien houdt een dergelijk herontwerp vanuit authentieke taken wel een echte innovatie in, terwijl we dit herontwerp mogelijk alleen voor dit schooljaar willen inzetten. Een lastig dilemma.

“Is er dan een alternatief tussen fundamenteel herontwerpen en online lesgeven?” Het verwonderd me dat deze vraag echt wordt gesteld, ook door MBO professionals die al in Finland op bezoek zijn geweest (veel minder lesuren maar effectiever onderwijs) of zelf zijn opgeleid in Montessori, Jenaplan, projectonderwijs, critical friend groepen bij afstudeeronderzoeken, of ander groepsgericht onderwijs. Het is daarmee voor mij de vraag of de fundamentele keus voor praktisch herontwerp gebaseerd op teamleren, die al vanaf half maart door diverse deskundigen werd geopperd, voor onderwijsteams en professionals serieus op de agenda heeft gestaan (zie voor een uitwerking van die keus via online begeleide leerteams bijvoorbeeld 2belearning). In dit artikel een pleidooi om die afweging alsnog te doen, voordat we er te moe voor zijn geworden.

Het voor dit schooljaar duurzame alternatief: leertaken en leerteams.

De kern van het alternatief is het werken met leertaken en kleinere leerteams (bubbels van 4/5 studenten). Het artikel van 2belearning maakt dat direct heel concreet in een grotendeels online begeleide aanpak, maar ik denk dat we het meer fundamenteel vanuit de kant van de pedagogische opdracht, haalbaarheid en werkdruk zouden moeten bekijken.

Wil je het werken met leerteams op haalbare wijze uitwerken dan hebben de studenten in deze leerteams dit schooljaar meer verantwoordelijkheid naar elkaar dan gebruikelijk in ons MBO onderwijs. Ze zullen het voor een belangrijk deel met elkaar moeten doen, zonder ons. Die inzet naar elkaar dient dan te compenseren voor het feit dat wij als docenten in hoeveelheid contact gewoon minder voor hen kunnen betekenen dan andere jaren. Ieders cirkel van invloed wordt kleiner in deze coronacrisis. Ook die van ons als docenten. Een lastige boodschap voor ons als pedagogen, maar zou het niet transparant zijn om studenten dit gewoon te melden?

Het voordeel is dat deze boodschap ook precies past bij de coronacrisis zoals hij elders in de maatschappij speelt. Het gaat overal over de afnemende groepsgrootte, bubbels, en het daarin met elkaar een gezamenlijke verantwoordelijkheid oppakken. Een dergelijke crisis betekent dat ieder van ons meer op onze verantwoordelijkheid worden aangesproken, en het lijkt niet meer dan logisch dat dit dan ook voor onze jong-volwassenen gaat gelden: dat van hen, gezien deze crisis, ook meer volwassenheid en ondersteuning naar elkaar gevraagd wordt. De lastige boodschap is dat we als docenten dit schooljaar gewoon minder of in ieder geval minder vaak goede onderwijscontacten aan studenten kunnen aanbieden. We kunnen wel degelijk goede voorwaarden scheppen voor studenten om elkaar meer te ondersteunen in leerteams, maar dat is anders dan in andere schooljaren, waar de beleving van “school & leren” toch vooral van ons kwam. Nu zullen we vooral als pedagogische professionals meer de leerteams begeleiden in hun gezamenlijke leren en samenwerken, en daarnaast de andere voorwaarden voor de leerteams vormgeven. Die voorwaarden zouden dan bijvoorbeeld betreffen:

  • Grotere “project of uitzoek” opdrachten voor studenten.
  • Loslaten van controle, aanbieden van uitstekende (peer) feedback instrumenten zoals criterium gerichte rubrics.
  • Meer begeleiding ook op proces, zelfsturing en samenwerking (ervaring uit de cgo periode met pgo of projectonderwijs kan hierin bijdragen, zie ook H5 uit deze link)
  • Kennisoverdracht via clips of via het wijzen naar bronnen (clips van anderen). Tips hoe kennisclips te maken
  • Minder maar uitstekende en activerende webinars die starten met de vragen van studenten naar aanleiding van de bestudering van kennisbronnen (zie formatief handelen, en deze link over formatief handelen online)
  • Hulp op maat (verlengde instructie) voor studenten die extra oefening of herhaling behoeven (zie link)
  • Opnieuw gebruiken van simulatie programma’s en organiseren van simulatie omgevingen.(zie link)
  • Meer les over- en hulp voor studenten bij het bestuderen van teksten, het beoordelen van informatie (digitale geletterdheid!), en het leren formuleren van vragen, iets waar veel scholen en teams ook al mee bezig zijn(zie bv link)
  • Gesprekken met ouders en/of andere betrokkenen over hoe het leren in de thuissituatie te bevorderen.

De hoeveelheid online contacten van matige kwaliteit van docenten kunnen aanzienlijk afnemen doordat de studenten vooral in hun leerteam leren. De kwaliteit van het leerproces van de student, van de onderlinge interactie tussen studenten onderling en van de online onderwijsactiviteiten die er nog wel zijn komt voorop te staan. Docenten krijgen meer tijd om samen na te denken en samen te ontwikkelen, en te blijven afstemmen op hun persoonlijke drijfveren om in het onderwijs te werken. Ze worden meer als pedagogen ingezet die vooral zorgen dat studenten dit schooljaar effectief meer verantwoordelijkheid naar elkaar oppakken in het leren. Dit idee zou je bovendien voort kunnen zetten onafhankelijk van de vraag of de school als ontmoetingsplek beschikbaar is. Het is uitstekend mogelijk om een raamwerk te maken waarbij je vooraf communiceert hoe je deze aanpak uitwerkt afhankelijk van de mate waarin er dit schooljaar activiteiten op school kunnen plaats vinden. Een raamwerk naar analogie van het raamwerk zoals dat in Ierland is gemaakt naar aanleiding van de corona pandemie (zie link). Dat geeft ook rust en continuïteit.

Hindernissen

Een stap verder: wat maakt het voor dit jaar wat fundamenteler kiezen voor het werken met kleinere leerteams, met minder maar beter online onderwijs, met meer gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onze studenten, en minder online uren makende docenten zo lastig?

Er zitten hindernissen op operationeel procedure niveau: BOT uren verplichtingen, Curricula, Examens, BIG verplichtingen, inzetplaten. Deze procedures zijn echter bedoeld om de basiskwaliteit te waarborgen. Het fundamenteler inspelen op de dreigingen voor de basiskwaliteit op dit moment wordt mogelijk juist door een al te rigide toepassing van die procedures gehinderd. Misschien moeten we uitleggen hoe we zo dit schooljaar denken zo maximaal mogelijk onderwijs te organiseren voor alle studenten. Op een manier die voor de professionals ook voor een heel schooljaar haalbaar en betekenisvol is.

Er zitten hindernissen op overtuigingsniveau: in de CGO tijd bleek dat een groot deel van de docenten het lastig vindt om te geloven dat studenten zelf kennis kunnen ontwikkelen door ze te begeleiden in goede opdrachten. De bevrediging van onderwijsgevenden in het mbo zit ook in het overdragen van beroepskennis. Binnen vraaggerichte webinars (na de kennisverwerving), bij het op een rij zetten van bronnen, bij het maken van clips, en bij het ontwikkelen van goede beroepsrelevante grotere opdrachten zit nog steeds overdracht van beroepskennis. Puur en alleen presentaties geven is zowel offline als online echt geen goed idee. Online krijg je nog minder feedback of studenten je gepassioneerde verhaal volgen, maar zelfs het volgen van goede life presentaties alleen is niet voldoende leerzaam. “Studenten leren vooral wat ze oefenen, en ook niet veel meer dan dat” (Fred Jansen: samenvatting van alle onderzoek over onderwijslogica). Dat betekent dat tijdens presentaties studenten leren luisteren, bij interactieve presentaties (met terugvragen via bv. mentimeter of via kleine opdrachten in de chat) mogelijk leren reproduceren of procedures toepassen, en op betrekkingsniveau ook vooral de boven-onder relatie oefenen. Dan moeten we misschien blij zijn dat deelnemers feedback geven en stemmen met hun voeten. Beroepskennis verwerken in ondersteuning van het teamleren lijkt een beter idee.

Ook zitten er hindernissen bij de voorlopers blended leren die zeer enthousiast zijn over het afstandsleren en geloven dat dit eigenlijk deels het nieuwe normaal in het onderwijs zou moeten zijn. Het is ondanks hun grootschalige aanwezigheid in de communicatie sinds maart, voor mij echter zeer de vraag over welk gedeelte van de onderwijsgevenden in het MBO we het dan hebben en of die overtuiging ook door de studenten in grote getale wordt gedeeld. Ik heb zeker niet het idee dat het over een erg veel grotere groep docenten (en studenten) gaat dan 20%. Daarnaast is het ook altijd een mogelijkheid om maatwerkroutes blended leren aan te bieden. Het blijkt dat blended leren wel degelijk effectief kan zijn, maar dan en slechts dan als de kwaliteit van de onderwijscontacten en materialen excellent is, wat hij bij de voorlopers mogelijk ook zo is (zie kennisnet voor een overzicht van de research m.b.t. effectief blended leren: blended leren hype of verrijking)

Ook zitten er hindernissen als het gaat over het onze kijk op jongeren: sommigen ervaren onze MBO jongeren toch meer als kinderen en zien vooral hun beperkingen ten opzichte van volwassenen in bv. planmatig denken (die overtuiging vind je vaak geciteerd uit “het puberbrein”). Ook vaak genoemd wordt de overtuiging dat MBO studenten in vergelijking tot HBO studenten niet de leervaardigheden/ vloeiende intelligentie zouden hebben die voor teamleren of zelfstandig leren nodig is. Met deze argumenten verdwijnt de algemene kracht van de adolescent tussen grofweg 16 en 23 jaar dan wat uit beeld. Bij jongeren van deze leeftijd zien we immers naast een groeisprong in ethische, cognitieve, sociale en persoonlijke zin, vaak ook een toegenomen belangstelling voor de grotere issues in de wereld (zie “Ik heb ook wat te vertellen”) Dat maakt hen, mits ze volwaardig worden behandeld, vaak betrokken en aanspreekbaar.

Samengevat is het pleidooi:

  • Ben dankbaar voor zowel het werkdruk signaal van medewerkers als het protest signaal van jongeren. Neem dit serieus, maak een beter haalbaar plan en leg ook transparanter uit wat wel en niet kan dit schooljaar.
  • Creëer tijd en ruimte door te stoppen met teveel online onderwijsactiviteiten van matige kwaliteit. Stop even met het huidige draaiboek. Ga zeker geen dingen trainen die mensen blijkbaar echt niet willen omdat ze niet passen bij hun onderwijsdrijfveren. Gebruik die tijd om met elkaar te herbronnen vanuit bijvoorbeeld de volgende vraag: Stel dat je als individu, team en organisatie over een maand met deze situatie zou worden geconfronteerd: wat zou je dan deze maand gaan doen?

Een plan van aanpak voor dat herbronnen zou er kort samengevat als volgt uit kunnen zien:

  • Beschrijf eerste met elkaar wat eigenlijk voor jullie de opgave is dit schooljaar?
  • Wat is de kern van de gezamenlijke onderwijsvisie op dit schooljaar?
  • Wat zijn uitgangspunten bij de organisatie van je onderwijs dit schooljaar?
  • Bekijk opnieuw je organisatorische bouwstenen: welke zijn gezien opgave en visie voor dit schooljaar belangrijk?
  • Pas je draaiboek aan: wat is dit schooljaar nodig aan materialen, leeromgeving, begeleiding, verantwoording en wat moet daar nog aan gebeuren?
  • Onderwijsontwikkeling: ontwikkel vanuit je bestaande materialen zo praktisch mogelijk de leertaken en ondersteuning.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s